Vroege werkenJan Postma

Valt Vroege werken in twintig woorden samen te vatten? Natuurlijk. Het zijn essays, maar ze neigen naar waargebeurde verhalen. Soms gebeurt er van alles, op andere momenten vrij weinig. Vroege werken: is dat niet wat… pretentieus? Ik begin graag bij het begin en laat bescheidenheid graag over aan betere mensen. Zware kost? Ergens halverwege stuit de lezer op een Proust-citaat. Maar dat komt uit de beroemde ‘questionnaire’ die hij ooit invulde.

F.A.L.L. Magazine mag twee exemplaren van ‘Vroege werken’ van Jan Postma weggeven. Winnen? Mail naar info@fallmagazine.com  Na groot succes is deze winactie gesloten. De exemplaren zijn helaas vergeven.

FRAGMENT Ga door, maak ons gek
Over Heleen van RoyenIk kan de kut van Heleen van Royen dromen. Het enige wat daarvoor nodig bleek, was een bezoek aan het Letterkundig Museum in Den Haag.
png-leegValt zo’n bekentenis nogal zwaar op een nuchtere maag? Vindt u het ietwat vulgair of gewoon grof? Goed: dan ervaart u nu, zij het op zeer bescheiden schaal, de meest voor de hand liggende gut reaction van eenieder die de tentoonstelling Selfmade wil bezoeken, nietsvermoedend een hoek omslaat en recht in het gezicht, de billen en het kruis van een stuk of honderdvijftig Heleen van Royens gluurt. Doe een paar passen naar voren en je wordt omhuld door Heleen; doe er nog een paar en ze heeft je in zich opgenomen.
png-leegDe tentoonstelling is niet heel groot, zeker niet in verhouding tot de aandacht die de makers al voor de opening kregen toen ze bij De wereld draait door het beeld van een bebloede tampon halverwege het proces van verwijdering op het netvlies van de kijker lieten branden – hogere school pluggen, heet zoiets.
png-leegBehalve een wand met enkele spiegels die uit het huis van Van Royen komen, beslaat de tentoonstelling slechts één ruimte van zo’n vijftig vierkante meter. In het midden staan houten blokken van vijftig bij vijftig centimeter waarop de bezoeker kan zitten om dat wat aan de vier muren hangt goed in zich op te nemen. De blokken zijn bekleed met Heleen van Royens en de zelfportretten vullen de wanden. Het zijn stuk voor stuk foto’s waarop Van Royen zichzelf heeft afgebeeld in alle gradaties van ontkleding tussen weinig- en niets-verhullend.

png-leegDe foto’s zijn gemaakt met een webcam en een mobiele telefoon – die laatste gestoken in een hoesje dat het apparaat op een fototoestel moet doen lijken. Selfie is een zeldzaam lelijk woord dat een dankbare dubbelrol vervult: allereerst ontslaat het de vrolijk klikkende amateur van de plicht bezig te zijn met zoiets serieus als een ‘zelfportret’. Daarnaast zorgde de massale aandacht die het woord ten deel viel na de uitverkiezing in 2013 tot ‘woord van het jaar’ ervoor dat Kees van Kooten zich genoodzaakt zag de wereld het prachtige keerwoord ‘otofoto’ te schenken. Handig, want selfie doet inmiddels alweer vermoeid aan.
Een zeer korte geschiedenis.
Het eerste fotografische zelfportret dateert van 1839 en werd gemaakt door de Amerikaans fotografiepionier Robert Cornelius. Althans: hij is zowel de persoon die is afgebeeld als degene die we als de maker van het beeld beschouwen, maar gezien de stand van de techniek is het onvermijdelijk dat een assistent de sluiter voor hem heeft geopend en gesloten.
png-leegAl in de jaren tachtig van de negentiende eeuw werden de eerste zelfontspanners ontwikkeld, maar een eerste beeld dat met die techniek werd gemaakt is onbekend.
png-leegKort geleden plaatste ene Tom Byron enkele foto’s van zijn overgrootvader Joseph, de oprichter van Byron Company – een nog altijd actieve fotostudio in New York – op een forum. Joseph maakte begin twintigste eeuw met enige regelmaat beelden die we nu onmogelijk anders dan als selfies kunnen zien. In z’n eentje met een box-camera in zijn beide handen, en zelfs met een groep andere mannen van middelbare leeftijd: bolhoeden en snorren, de armen om elkaar geslagen en stuk voor stuk een grijns alsof ze zojuist kattenkwaad hebben uitgehaald.

Een grote sprong in de tijd, over M.C. Eschers lithografie Hand met spiegelende bol uit 1935 en het volledige oeuvre van Cindy Sherman: toen de samenstellers van de Oxford English Dictionary hun selfie tot woord van het jaar verkozen, bleek dat de precieze herkomst viel te herleiden tot één enkel individu.
png-leegIn september 2002 plaatste een student die zich Hopey noemde een foto van zichzelf op een website van de Australische publieke omroep. Hij had oplosbare hechtingen in zijn lip en vroeg zich af of ze te snel zouden verdwijnen wanneer hij vaak aan zijn lippen likte. ‘Ik had een gat van ongeveer een centimeter in mijn onderlip. En sorry voor het gebrek aan scherpte, het was een selfie’, voegde hij eraan toe. De Britse krant The Telegraph stelde vast dat Hopey ook in andere berichten een duidelijke voorkeur voor het afkorten van woorden en het toevoegen van het suffix -ey of -ie aan de dag legde. Iets wat je typisch Australisch mag noemen: barbecue werd eerder barbie, postman werd postie en firefighter firie. Hopey zelf zal ongetwijfeld niet naar een van de zeven dwergen maar naar de ondergewaardeerde Jamaicaanse reggae-zanger Hopeton Lewis zijn vernoemd.
png-leegVanaf het moment dat meer en meer smartphones worden uitgerust met niet slechts één camera, voor het vastleggen van de wereld, maar ook een tweede voor het tonen van jezelf, gaat het snel. In 2013 berichtte de BBC met nauwverholen verbazing over 23 miljoen Instagramfoto’s met het label #selfie, en 51 miljoen exemplaren met #me. Precies een jaar later waren die aantallen al gestegen tot respectievelijk 131 en 250 miljoen.
png-leegNu is het gemakkelijk al die miljoenen amateur-artiesten te veroordelen, minimaal schuldig aan ergerniswekkend narcisme en ijdeltuiterij. Dat eindeloze gezwoeg in de hoop quasinonchalant een flatteus beeld de wereld in te helpen, een beeld dat voldoet aan de nogal paradoxale eisen zowel de maker op z’n allerbest te tonen als ook geloofwaardig spontaan te ogen. De foto’s te zien als zwijgende kreuntjes om aandacht, als treurige hunkeringen naar bestaansbevestiging: ik Instagram, dus ik ben. Toch?

png-leeg
Vroege werken
, 2017, Das Mag Uitgeverij

 

png-leegJan Postma 
Jan Postma is redacteur bij De Groene Amsterdammer. Hij woont in Rotterdam.