OrewoetEmy Koopman

10 October 2016,

Het is het voorjaar van 1971. Kunstenaar Lucas Brandmeester verovert het hart van de mooie May maar verdwijnt daarna uit het publieke leven. Zijn afwezigheid drijft May tot wanhoop. Zijn beste vriend ruikt echter de kans om eindelijk uit Lucas’ schaduw te stappen.

Het is het voorjaar van 2002. Op de begrafenis van Lucas Brandmeester ontdekt zijn zestienjarige zoon dat Lucas zijn vader was. In zijn pogingen meer te weten te komen moet hij droombeelden aan de kant schuiven en het gestuntel van ouders onder ogen zien.

In Orewoet vertellen een alleenstaande moeder, een teruggetrokken puber en een rasopportunist over hun afwezige geliefde, vader, vriend. Ze proberen de wereld naar hun hand te zetten, maar controle en beheersing leggen het af tegen het soort verlangen dat je binnenstebuiten keert. Orewoet is een indrukwekkende roman over de vloeibare scheidslijn tussen begeerte en waanzin.

FRAGMENT

Dus we zitten tegenover elkaar, ik en Agatha. Tussen ons in staat een zware eikenhouten tafel. Midden op die tafel staat een glazen schaal met opgewarmde spaghetti arrabbi­ata. Voor mij staat een groter, dieper bord dan voor haar. Wedgwood, weet ik, omdat ze dat zo benadrukte toen ze de borden net had gekocht, lachend alsof ze een nieuw land had ontdekt. ‘Wedgwood, Alex, Wedgwood! Nu behoren we tot de bourgeoisie!’ Geen tafelkleed, wel katoenen placemats, dat scheelt haar tijd en moeite. De enige hoorbare geluiden in deze eindeloze open ruimte die eet­, woon­ en studieka­ mer tegelijk moet voorstellen, deze teringtoendra die Agatha ‘onze kamer’ noemt, zijn het getik en geschraap van vorken en lepels op borden, het geklik en gemaal van tanden en kie­zen, de peristaltische bewegingen van de slokdarm.
png-leegAls je erop gaat letten is eten maar een wanstaltige ge­woonte. Als je erop let maakt metaal op keramiek een mon­sterlijk geluid. De weerstand van het Wedgwood, dat zo hard probeert zo glad mogelijk te zijn, maar elk materiaal heeft zijn grenzen. Ik kijk naar Agatha terwijl ik spaghetti op mijn lepel tot een nestje vorm. Ik kijk naar haar terwijl ik het nest­ je in mijn mond steek. Terwijl ik kauw, kijk ik naar haar. Ik re­gistreer hoe de rimpels tussen neus en mondhoeken bewe­gen, hoe mascara zich heeft opgehoopt in de plooien onder de ogen. Moeder, mam, mama, die woorden maken me mis­selijk. Agatha, dat past haar. Zij kijkt naar haar bestek. Als ze op moet kijken, om een slok water te nemen, een onvermij­delijk veel te luide slok, kijkt ze naar de tafel.
png-leegIk laat een spat voorgefabriceerde saus van mijn vork op de tafel glijden. Naast de placemat. Zij lijkt te knipperen, maar blijft fixeren op de tafel. Ik denk dat ze de nerven in het hout telt. Tellen kalmeert haar.
png-leegAls ze klaar is met eten, haar bord nog niet leeg, ruimt ze haar eigen spullen af en laat mij alleen zitten. Whatever. Kort het geluid van lopend water in de keuken en dan haar ge­ dempte voetstappen op de wenteltrap naar boven, op de gang, in de badkamer, in haar slaapkamer. Vloerbedekking absorbeert het meeste geluid.
png-leegDit was de laatste maaltijd samen, wat mij betreft.

png-leegpng-leegpng-leeg

png-leegpng-leegIk laat mijn bord staan en ga voor de tv zitten, zap langs de mensen die zich druk maken om de dode politicus, langs stervende soapsterren, verliezende sportclubs, domme blond­ jes, slappe mannen, lachmachines. Ik blijf even hangen bij een roofdierendocu op Discovery, maar die heb ik al gezien. Dan loop ik naar de computer, daal af in Kurast op Nightmare­ moeilijkheidsgraad. Ik ben een Necromancer, ik heb lang wit haar en een doodshoofd met hoorn op mijn rechterschouder. Ik zwerf door de overwoekerde stad, met de Azteekse trappira­ miden en de door steigers met elkaar verbonden hutjes. Zodra het kan mobiliseer ik mijn leger van doden en kijk toe hoe ze alles verwoesten, skelet tegen demon. Agatha heeft er een he­ kel aan als ik Diablo ii speel in onze kamer, op onze computer. Meestal speel ik het bij Dave. Ze heeft ook een hekel aan Dave (‘niets tegen Dave,maar god,wat lijkt die jongen soms op een hagedis’).
png-leegOp elke brandende, verschrompelende demon stel ik me haar gezicht voor. Je zou zeggen dat dat helpt bij het vechten, maar het is net zo goed afleidend. Als je te lang blijft stilstaan bij wie je ombrengt, ga je ten onder. Je moet door. Mijn do­den werken ook al niet mee vanavond, ze lopen richtingloos rond, dwalen af naar plekken zonder vijanden, zonder doel. Diablo is niet meer wat het is geweest. Ik weet dat dat aan mij ligt, aan de achtergrondruis van de gedachte ‘wat doet het ertoe, het is niet echt’.png-leeg

Orewoet, 2016, Uitgeverij Prometheus

png-leeg

Emy Koopman
Emy Koopman is schrijver, onderzoeksjournalist en gepromoveerd literatuurwetenschapper. Zij publiceerde onder andere in De Groene Amsterdammer, Het Liegend Konijn en op De Correspondent. Daarnaast is zij vaste redacteur bij Hard//hoofd. Orewoet is haar debuutroman.