Dít is de nieuwegeneratie operamakers

17 March 2017,

Opera, oudbollig? Niet als het aan de deelnemende studenten van het Opera Forward Festival ligt. Amarante, Nienke en Koen tillen het klassieke genre naar een nieuw level.

Zes interdisciplinaire teams vanuit allerlei studies (conservatoria, filmacademie, ga zo maar door) werken al weken aan dat wat voor velen een droom is: het realiseren van een eigen operastuk. Talent is belangrijk voor het Opera Forward Festival – klassieker dan opera krijg je het zelden, en een frisse blik op dat wat vaak zo gevestigd lijkt kan een hoop nieuwe inzichten opleveren.Amarante, Nienke en Koen zijn alle drie onderdeel van een andere disciplinaire groep met een persoonlijk verhaal. Bínnen die groep vervullen ze een diverse rol. Amarante is componist, Nienke mezzosopraan en Koen dramaturg. F.A.L.L. bracht de jonge talenten samen voor een gesprek over inspiratie, vernieuwing, en –natúúrlijk- de grote gemeenschappelijke deler: hun liefde voor opera.

Vertel: hoe was jullie allereerste aanraking met opera?
A:
Ik vond het vreselijk, echt niks! Gek he? De ommekeer is uiteindelijk heel geleidelijk gekomen, ik heb het niet eens gemerkt.
N: In de arena van Rome zag ik mijn eerste Opera, heel erg barok, en ik kon het niet verstaan. Niet mijn beste ervaring, laten we het zo zeggen.
K: De eerste keer was echt een onderdompeling, in het begin is het super vreemd, en heel lang. Je moet er enorm aan wennen, die thema’s, over intrige en verraad. Het is zo groots, je wordt echt van je stoel weggeblazen.
N: Ja, precies! Maar daar zit ook wel de kracht in.

Waarom dachten jullie: dat Opera Forward Festival, dat lijkt me wel wat?
A: Ik was altijd jaloers op zangeressen: ik vond dat zo mooi! Zingen geeft me een heel vrij gevoel. Toen ben ik verliefd geworden op de stem. Het genre opera komt dan al snel om de hoek kijken, zeker wanneer je voor componist studeert. Daarnaast boeit het theatrale aspect me enorm, waarbij verschillende creatieve disciplines samen komen. Dit festival leek me daarom een mooie kans: niet meer alleen muziekstukken schrijven in mijn uppie, maar juist samenwerken met een heel team.
N: Ik ben altijd met muziek bezig geweest en speelde vroeger klarinet. Later wilde ik eigenlijk in musicals zingen. Mijn zangdocent gaf me uiteindelijk vooral klassieke zangstukken, waardoor ik steeds meer ging houden van dat grootste en meeslepende. Toen was ik snel verkocht.
K: Nou, ik ga zelf dus wel vaker naar opera. Vier jaar geleden zag ik Einstein on the Beach van Philip Glass en dat was eigenlijk het mooiste wat ik ooit heb gezien. Opera kan best wel stoffig, ouderwets en barok zijn, maar die voorstelling was dat totaal niet. Vanaf dat moment werd ik steeds enthousiaster over het genre.

Jullie zitten allemaal in een ander interdisciplinair team. Wat houdt jullie binnen de groep bezig?
A: De schrijver schreef over een ambulancezuster die iemand aanrijdt, en die persoon overlijdt. De hele opera speelt zich eigenlijk af binnen dat overlijdingsproces. We willen het afbeelden als de innerlijke strijd van die vrouw – dat relateert mooi aan ‘macht/onmacht’, het thema van het festival. Het is wel lastig: hoe beeld je dat gevoel namelijk uit zonder het té abstract te maken? We zijn hard op zoek naar acties, en dat is pittig. Ik hoop dat iemand er uiteindelijk iets van begrijpt, ha.
N: Ik heb pas één regierepetitie gehad, ha! Maar: in een kwartier moet je een verhaal neerzetten. Het gaat vooral om het plaatje, en niet echt om de individuen. In ons stuk probeert een jongen een meisje te veroveren, maar dat meisje ziet het niet zo zitten. De jongen krijgt advies hoe-ie het aan kan pakken, maar het wil nog steeds niet baten: hij moet dus een ander doel in zijn leven zoeken.
K: Hahaha, dat is in ieder geval wel een klassiek verhaal. Wij hebben een duidelijke verhaallijn – er is een meisje die in een tragische familie opgroeit en heel erg worstelt met haar situatie. Het wordt best een dromerige installatie, een beetje abstract ook.

Wat ervaren jullie als de grootste uitdaging van dit proces?
N: De muziek – het is modern, en ik studeer op dit moment vooral Mozart-opera’s en liederenrepetoire. Het is echt een andere vorm. Dat is wennen, maar natuurlijk ook interessant om mee bezig te zijn.
K: Al die disciplines waar je rekening mee moet houden, dat maakt het erg spannend. Alles moet elkaar uiteindelijk ondersteunen, dat is wel een beetje hoe opera hoort te zijn.

Gaan jullie tijdens het festival vooral bij het gevestigde blijven, of juist heel veel nieuwe dingen proberen?
A: Ik ben gewoon gaan schrijven wat ik wilde, en was daarmee niet echt op zoek naar iets nieuws. Maar ja, het zou bijna geforceerder zijn om níet iets nieuws te maken. Dan zou je namelijk alle invloeden die je inspireren moeten negeren omdat je per se iets klassieks weg wil zetten. Mijn voorkeur ligt normaal bij Franse en Scandinavische muziek. Dat staat heel erg tegenover dat dramatische van opera.
N: Ja, precies. Omdat onze, dus een nieuwe, generatie het maakt, wordt het vanzelf wel anders en vernieuwend.
K: In bepaalde zin gaat het natuurlijk wel anders worden, maar het karakter van de overdadigheid van opera zal wel blijven. Ik denk dat het voor de meeste mensen altijd een beetje vreemd zal blijven om naar opera te kijken: aan zingende acteurs moet iedereen in het begin wennen. Dat exotische karakter van het genre vind ik juist leuk om te behouden.

Tot slot: kunnen mensen gaan verwachten van het Opera Forward Festival?
A: Er werken zoveel mensen aan mee, van de theaterschool, verschillende conservatoria.. Het is een heel brede representatie van wat zich afspeelt binnen ‘de nieuwe generatie’ muziek en theater maken.
N: Veel vernieuwing. Wij zitten dan bij de korte talentenopera’s, dat zijn er al zes. Er zullen veel eigen verhalen met hun persoonlijke sfeer zijn.
K: Een overdaad aan indrukken: als je alleen onze stukken al bekijkt en wat lezingen volgt heb je al heel veel gezien. Er staan heel veel ‘jonge’ componisten, en dat is best wel uniek. Heel veel operahuizen zijn nog erg traditioneel, daar wordt echt alleen maar Mozart gedraaid.

 

Opera Forward Festival vindt plaats van 18 tot 31 maart 2017 en bestaat uit opera’s en een uitgebreid programma met lezingen, debatten en performances. Tickets zijn hier te koop. 


Fotografie: Marie Broeckman
Productie: Quirine Smid