Beeld: Helena Hoogenraad

Beijer, Rozemarijn,toegelaten

19 December 2016,

Wanneer kunst eenmaal in je kop zit sijpelt het er nooit volledig uit, weet Roos Beijer als geen ander. Ze stopte met de kunstacademie, studeerde af in bedrijfskunde en richtte kunstconcept Gen-IE op. Nu zit ze sinds drie maanden weer in de schoolbanken aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. “Hoe kunst elke keer weer mijn leven in vliegt is werkelijk idioot.”

Roos zit op de bovenste verdieping van het overweldigende Coffee & Coconuts op de Amsterdamse Ceintuurbaan. De zaak was in the roaring twenties nog een bioscoop, nu zippen mensen van huisgemaakte limonades in omvangrijke zitzakken. Aan de bakstenen muren hangt her en der een kunstwerk, kundig geselecteerd door Roos. “Mensen kunnen hier werk van opkomende kunstenaars zien, ervaren én kopen. Het is echt onderdeel van het concept geworden. Toen ik wist dat ze open zouden gaan heb ik ze gewoon opgebeld. Het is af en toe verdomde handig om de stoute schoenen aan te trekken en te kijken hoe ver je komt.” De voormalig Amsterdamse komt net terug uit Antwerpen, wat sinds vier maanden haar thuisbasis is. “M’n leven staat al een tijdje op zijn kop. Ik ben toch wel in een onwijs diep gat gesprongen.”

GOLDEN TICKET
Springen van het een naar het ander is Roos niet vreemd, al zat haar liefde voor kunst er nog niet op een bewuste manier vroeg in. Na de middelbare school volgde ze een tussenjaar in Afrika en besloot daar de vooropleiding van de kunstacademie in Arnhem te willen doen. “Die keus was eigenlijk heel onbevangen, het was niet echt met voorbedachten rade. Iemand van boven heeft me denk ik naar die plek gestuurd, want ik zat nog helemaal niet zo in de kunst.” De vooropleiding vond plaatst in het weekend, doordeweeks studeerde ze bedrijfskunde in Amsterdam. “Tijdens die weekenden was ik echt de vrije vogel van de groep. De meeste mensen doen de vooropleiding om uiteindelijk toelating voor de ‘echte’ academie te mogen doen, maar aangezien ik al bedrijfskunde studeerde hoefde dat niet zo van mij. Mijn docenten hebben me aan het einde van het jaar toch overgehaald om wel mee te doen aan de officiële toelating. En wat denk je… ik werd toegelaten. Terwijl een hoop studenten maanden zitten te zweten voor dat moment. Het voelde als een zeer gewild gouden kaartje, die ik opeens door de brievenbus geworpen kreeg.”

MOKUM VERSUS N-SGEDE
Roos wilde het gouden kaartje niet op de deurmat laten verstoffen en begon ‘heel erg out of the blue’ aan de echte academie in Enschede. Na een jaar haalde ze haar propedeuse en stopte ze ermee. “Daarna pakte ik bedrijfskunde weer op, maar besloot in Enschede te blijven. De AKI is super vrij, alles wat je kan bedenken mag daar. Het is één groot circus: zelfs als je wilde lassen zou dat mogen. Ik zat echter ook midden in het studentenleven met alles erop en eraan. Dat kon niet naast elkaar bestaan. De kunsten waren toen simpelweg nog te nieuw voor me, ik wist niet wat het oprecht inhield of voor me kon betekenen. Wel bizar hè: hoe vaak moet iemand nou de keus maken tussen bedrijfskunde of de kunstacademie?”

Kunst lag de opvolgende jaren enigszins stil in haar leven, maar toen ze ging afstuderen begon het weer te kriebelen. “Ik had toevallig met iemand een gesprek over de bedrijvige kant binnen de kunsten. Ik moest een afstudeeronderzoek gaan uitvoeren en die combinatie met kunst trok me wel. Toen besloot ik langs te gaan op allerlei kunstacademies, om werken van beginnende kunstenaars te spotten. Gedurende mijn tijd aan AKI had ik zoveel gave dingen gezien, waar helemaal niks mee gedaan werd. Alles werd na beoordeling in een hoek gezet. Dat vond ik zo frustrerend!”

Op die manier ontstond Gen-IE, in eerste instantie als afstudeeronderzoek, later als eigen bedrijf. “Ik geloofde gewoon zo volkomen in dit concept. Het was bijna een soort waarheid voor me. Dit moest gebeuren, en het zou werken! Die prachtige kunst die nog elke dag bij de academies geproduceerd werd, daar moest iets mee gedaan worden. Alles ging in eerste instantie dan ook heel goed. Het is ook wel een likeable verhaal, zo’n jong grietje die dat denkt te kunnen en het tot in haar tenen voelt. “

De naam Gen-IE komt van genen en generatie. “Het feit dat iedereen kunst kan raken zit natuurlijk in je genen. Je hoeft daarvoor niet per se kennis van werken te hebben. Tussen jou en kunst kan altijd iets ontstaan. Dat is voor mij dan ook wel een irritatiepuntje in de kunstwereld: zodra het over kunst gaat, let iedereen opeens op zijn woorden. Dat hele elitaire gebrabbel… fack it, hoor. Het is totaal onbelangrijk wat je er niet of wel van weet.”

Het feit dat iedereen kunst kan raken zit natuurlijk in je genen. Je hoeft daarvoor niet per se kennis van werken te hebben. Tussen jou en kunst kan altijd iets ontstaan.

IN JE GENEN
Na een jaar Gen-IE voelde Roos dat er iets begon te wringen. Ze ervoer opeens een blokkade, iets abstracts wat haar tegenhield. “Ik dacht eerst: ik heb te hard gewerkt, logisch dat ik even op adem moet komen. Ik boekte een weekje Bali, dat leek me voldoende. Toen ik uiteindelijk terugkwam voelde ik me des te meer uitgeblust, mijn brandstof was op. Ik had geen lekker gevoel meer in mijn onderbuik, en het ging maar niet weg. Het was flink hardnekkig. Ik vroeg me opeens af: stel nou dat ik tóch op de kunstacademie was gebleven, wat was er dan nu van mij terecht gekomen?” Stiekem ging Roos online zoeken naar toelatingen voor academies, ze zag dat Antwerpen nog open stond. “Ik belde mijn moeder en binnen een uur stonden mijn ouders op de stoep. Volgens mij moesten we praten.”

Beeld: Maike Eilers,Glenn Plaisier

 

Met haar portfolio van vier jaar geleden onder de arm vertrok ze richting België voor twee selectiedagen. “Dat was echt niet leuk. Ik ging er heel blij en naïef in. Toen zag ik dat iedereen super serieus en getalenteerd was. Er heerste een onbestemde sfeer, overal werd gefluisterd. Als er iemand naar mijn werk kwam kijken werd er niks gezegd en vervolgens weer omgedraaid. Ik ging aan alles twijfelen, aan mezelf en aan m’n kunnen. Vervolgens dacht ik: wat vind ik nou écht zo naar aan deze situatie? Juist, de angst om afgewezen te worden. En dat vond ik toch te weinig om daadwerkelijk te kappen met de selectie.”

Tijdens de tweede selectiedag was ze al een stuk rustiger. “Aan het einde van die dag kwam de beoordelingscommissie met een toelatingslijst uit het vergaderlokaal gelopen. Die mensen zijn niet echt onaardig, maar wel heel streng en correct. Als je het volgens hen niet kan, dan kan je het écht niet, ook al ga je op je kop staan. Ik gedijde heel mijn leven al op mooie praatjes, maar die kon ik nu allemaal van tafel vegen. Het ging echt om mijn werk.”
Op een gegeven moment kwam dan toch het verlossende woord. “Toen ik ‘Beijer, Rozemarijn, toegelaten’ hoorde kon ik mijn oren niet geloven. Hoé kon dit nou weer? Van de 80 mensen die in die gang zaten gingen er maar 7 door. En ik zat daar gewoon bij.’

TERUG NAAR TOEN
Gen-IE staat nu op een lager pitje, al haar aandacht gaat uit naar de kunstacademie. “Het is snoeihard werken, weer op een hele andere manier. Toen ik nog full time Gen-IE deed hield ik alles wel bij, als ik maar hard genoeg rende. Nu is het juist nodig om rustig naar mezelf te kijken. De overgang van Nederland naar België is wel lastig, en ik vind het nog niet altijd fantastisch leuk. Maar het voelt als iets wat ik moet doen. Ik denk vaak terug aan het moment dat ik voor het allereerst verliefd werd op kunst door het werk van Rodin. Zijn beeldhouwkunst is prachtig, maar zelfs in zijn schetsen zit zoveel gevoeligheid, dat is zo puur. Het feit dat zoiets je raakt heeft met een hoop dingen te maken: het moment, de emotie, hetgeen wat de kunstenaar erin gestopt heeft. Het kan voor de volle honderd procent met je aan de haal gaan.”